Missie: ‘Cry of the street’ | Nepal

Missie: ‘Cry of the Street’

Een huis voor straatkinderen in Nepal

Vanaf het begin is Stichting All 4 One betrokken geweest bij de visie, de opbouw en de ontwikkeling van dit project. In 2002 ontmoetten we een Nepalees echtpaar met een enorm verlangen om uit te reiken naar jongens die op straat leefden zonder zicht op een toekomst.

Samen waren we in staat om de middelen te bieden waar mogelijkheden gezocht werden. Nu is het huis gerealiseerd waar deze jonge jongens opgevangen worden die voorheen in de straten van Kathmandu leefden.

Behalve het begeleiden van deze jongens vanuit een warme en liefdevolle omgeving waar ze eten, kleding en onderdak krijgen, stelde All 4 One zich als uiteindelijke doel: het realiseren van een volledig operationeel huis dat voorziet in de basisbehoeften en onderwijs tot jongens op het leerniveau van hun leeftijdsgenoten zijn gebracht en kunnen instromen bij regulier onderwijs.

Een echtpaar met een hart voor straatjongens

Straatkinderen in Kathmandu

Kathmandu, de hoofdstad van het land Nepal, heeft ruim 1 miljoen inwoners en staat bekend om zijn vele Boeddhistische en Hindoeistische tempels en paleizen, waarvan de meeste uit de 17e eeuw dateren. Het is het voorstation van rugzaktoeristen en bergbeklimmers die jaarlijks in grote getale komen naar de land van de Himalayas. Kathmandu is een stad in ontwikkeling waarin rijkdom en orde zich beperkt maar ook scherp afzet tegen een overvloed aan armoede en chaos. In deze luidruchtige en stoffige stad wonen duizenden kinderen… op straat.

Human Rights Watch definiëerd ‘straatkinderen’ als “kinderen voor wie de straat hun ‘thuis’ is geworden, meer dan hun eigen familie. Dit zijn kinderen die niet per sé dakloos zijn of zonder familie, maar die leven in situaties zonder bescherming, supervisie of richting van verantwoordelijke volwassenen.” Volgens het CWIN (Centre for Child Workers in Nepal) komen elk jaar meer dan 500 kinderen bij de duizenden die er al wonen vanuit de verschillende districten van Nepal. Districten zoals Nuwakot, Sindhupalchowk, Kavre, Dhading, Makawanpur en Dolkha.

De situatie van deze straatkinderen is schrijnend: Velen hebben hun familie verloren t.g.v. ziekte en/of de burgeroorlog waar Nepal 10 jaar lang mee te maken heeft gehad. Anderen zijn eenvoudigweg in de steek gelaten omdat ze te veel zorg vroegen. Weer anderen zijn van huis weggerend omdat ze in geweldadige, dysfunctionele of arme omstandigheden leefden. Deze kinderen lopen het meeste risico om misbruikt, gemolesteerd of vermoord te worden. Om te overleven bedelen en stelen ze en komen dikwijls terecht in het criminele circuit of de prostitutie. Ze worden genegeerd door de meerderheid en dikwijls gehaat door de rijkere klasse vanwege hun ‘overlast’. Meer dan 8% is HIV-positief, velen zijn ziek en de meesten aan een veelheid van drugsvarianten.

Waarom een huis voor straatkinderen?

Het huis voor straatkinderen is opgezet bij gebrek aan gedegen opvang voor deze kinderen in bestaande weeshuizen in Kathmandu. De hoofdstad van Nepal kent een groot aantal weeshuizen die met succes draaien. Verschillende huizen nemen van tijd tot tijd straatjongens op, maar zijn hier over het algemeen terughoudend in. De reden is eenvoudigweg dat deze groep kinderen vaak getraumatiseerd en onhandelbaar is. Ze hebben geleerd te overleven tussen het vuil, de straathonden en het geweld op straat. Een dergelijke jongen plaatsen bij een groep ‘normale’ weeskinderen vraagt om problemen. Intensieve aandacht en begeleiding, liefde, discipline en doorzettingsvermogen is nodig om deze kinderen te helpen aan een toekomst waarin het verleden is verwerkt, het heden veiligheid biedt en een toekomst bereikbaar wordt.

De kinderen die worden opgevangen hebben vaak onder hele moeilijke omstandigheden weten te overleven op straat. Ze zijn hierdoor geneigd hun eigen plan te trekken en geen rekening te houden met de gevolgen van hun acties en levensstijl op de lange termijn. Diefstal, drugsgebruik en risicovol seksueel gedrag zijn deel van hun leef- en reactiepatroon geworden. Hierdoor gaan veel van deze kinderen door een fase waarin zij zich moeilijk kunnen binden en tijd nodig hebben om te starten met het bouwen aan een nieuwe manier van leven. Vaak uit zich dit in het terugvallen in oud gedrag of in weglopen. In sommige gevallen kunnen de jongens de omslag niet aan en blijven definitief weg. Op deze manier is er altijd sprake van een zekere, onoverkomelijke doorstroom.

De kinderen die blijven, vinden in dit huis een veilige thuishaven, mogelijkheden tot herstel, medische hulp, ontplooiing en opleiding. Sommigen van hen verblijven vele jaren in het huis en krijgen hun leven weer op de rails. Anderen kiezen ervoor om na verloop van tijd terug te gaan naar de dorpen waar ze vandaan komen om herenigd te worden met hun gezinnen.

Wat kan één persoon doen?

In 2002 ontmoetten we Ranjit en Sarah en werden getroffen door hun liefde voor deze straatkinderen. En dan met name de straatjochies. Er waren organisaties bezig meisjes op te vangen, maar jongens waren lastig. Die kon je ook niet in een normaal weeshuis stoppen: straatjongens waren niet te vertrouwen, onberekenbaar, niet te disciplineren en geweldadig. Menig weeshuisorganisatie had met dat bijltje gehakt en het er bij neergegooid.

Voor alsnog besloten Ranjit en Sarah in elk geval met beperkte middelen hun af en toe een verzetje te geven en hun te helpen: een bad, een knipbeurt, een maaltijd, een spelletjesmiddag, maar daarna moesten ze altijd weer terug, de straat op. Het was duidelijk dat er meer nodig was. Al gauw begonnen we plannen te smeden voor een echt thuis. Zo begon de missie ‘Cry of the Street’.

Fase 1 — Van de straat

Het belangrijkste was om deze jongens van de straat te halen en ze vooral ook van de straat houden. Dat laatste zou echter nog een grotere klus blijken te zijn. Diverse hulporganisaties hebben zogenaamde ‘shelters’ opgezet in Kathmandu zodat deze kinderen ‘s nachts niet op straat hoeven te slapen en ‘s avonds een maaltijd kunnen krijgen. Van onze jongens weten we dat deze aanpak averechts werkt. Zij gaven aan: “Het is iets wat mijn leven op straat in stand hield: overdag bedelde of stal ik om drank of drugs te kunnen gebruiken; ‘s avonds had ik een plek om te slapen. Er was geen noodzaak om mijn leven drastisch te veranderen. Gaandeweg wordt je ouder en omdat je meer ‘street-smart’ bent dan de jongere kids of gewoon omdat je beter kan vechten, neem je de leiding en ga je door met dat leven.”

De eerste vijf jongens waren het lastigste: zij moesten voor het eerst functioneren in een gezinssetting met afspraken, regels, omgangsvormen, taken en de noodzaak om zich aan te passen aan anderen. Alle respect voor Ranjit en Sarah, hun gezin en betrokken meiden als Shanti, Angela en Neru, die hun binnen brachten in die nieuwe wereld van samenleven.Helemaal conform het gedrag van straatkinderen werd er gestolen, gevochten, gescholden en veel materiaal gebroken. Toen ze de derde stofzuiger kapot hadden gemaakt en wij hun een stel bezems gaven omdat ze ‘hun stofzuiger’ weer hadden gebroken, viel het muntje ineens: ‘Dit is ons huis… met onze spullen!’ Niet lang daarna waren we klaar voor de volgende vijf straatkinderen.

Veel mensen hebben ons gevraagd of ze misschien een van de jongens financieel zouden kunnen adopteren. Helaas was de doorstroom vooral de eerste vijf jaren zo groot—jongens liepen weg, kwamen zelf terug of werden ergens gevonden in de stad, opnieuw aan lager wal en werden weer opgenomen in het huis—dat we nog geen goed zicht hadden op wie echt zijn leven op de rails wou krijgen en wie minder serieus was.

Fase 2 — Naar school

Begin april 2006 was het zover. Na een aantal jaren thuis les te hebben gehad, gingen de 15 jongens van het kinderhuis voor het eerste naar een echte school. Een enorm feest voor ze! De eerste school was geen succes, het bleek dat er een betere school nodig was. Angela die hun jarenlang had onderwezen, had hun op een goed niveau gebracht. Uiteindelijk is gekozen om de jongens naar een betere, christelijke school sturen aan de andere kant van de stad. Daar waren de leerkrachten heel erg te spreken over de jongens. Ze bleken het meest gedisciplineerd van alle kinderen en werkten het hardst! Sommige werden zelfs direct al een paar groepen hoger gezet.

Zondag 20 april 2008 begon er weer een nieuw schooljaar. Dit was het derde jaar voor de jongens en een heel bijzonder jaar: Iedereen ging over naar een volgende groep. Een paar jongens hebben dat jaar zelfs een groep overgeslagen omdat ze het zo goed deden. De jongens zijn sowieso erg gemotiveerd en gedisciplineerd om naar school te gaan en te leren. Sommige zijn dan ook de beste van hun klas. Dit is met name erg bijzonder omdat ze bestempeld zijn als ‘straatkinderen’. In Nepal betekent dit dat je niets bent en ook niets kunt. De jongens zijn dan ook terecht erg trots op hun prestaties en de leerkrachten des te meer.

Fase 3 — Een eigen huis

De derde fase was een cruciale fase t.a.v. dit project in Nepal. Ons laatste aandeel werd hiermee ingezet: de aankoop van een stuk land en de bouw van een permanente plek van opvang van straatjongens, ten westen van Kathmandu, de hoofdstad van Nepal. Ranjit en Sarah, hebben het voornemen om uiteindelijk een huis van drie verdiepingen neer te zetten om zo een groot aantal jongens van de straat te kunnen halen en te begeleiden naar een toekomst.

Dankzij alle betrokken vrienden en sponsors hebben we in 2011 een stuk land kunnen aankopen om deze droom waar te maken. Hierna werd door dezelfde hulp in het meest belangrijke voor de toekomstige bouw geïnvesteerd: een gedegen, aardbevingsbestendig fundament.

Het verhaal achter de aankoop van dit prachtige stuk grond is bijzonder. De eigenaar kreeg het namelijk op zijn hart om zijn land tegen een bodemprijs voor het bestemde doel te verkopen. Toen onze vrienden ter plaatse aangaven dat dit nog steeds te hoog was omdat zij ook nog reiskosten kwijt zouden zijn om er steeds te komen, gaf de eigenaar aan dat zij dan eerst een minibus moesten kopen en van wat zij over zouden hebben het land konden kopen. De buurt sprak er schande van vanwege het bedrag dat het land eigenlijk waard was, maar wij zijn de man z’n vrijgevigheid bijzonder dankbaar.

Uiteindelijk is begonnen met de bouw van het huis. De eerste verdieping staat inmiddels en door eigen, lokale initiatieven voor fondswerving en inkomsten uit lokaal geïnspireerde business ideeën, kan nu verder gebouwd worden zonder verder financieel infuus van buitenaf.

Een thuis voor de toekomst

Inmiddels staat het ‘thuis’ voor straatjongens er. De lokatie is bewust buiten de Kathmandu vallei. Allereerst is dit weg van de zone waarin het makkelijker is voor deze jongens om terug te vallen in hun oude gedragspatronen. Daarbij biedt het mogelijkheden om zelfvoorzienend te zijn wat water- en landbouwmogelijkheden betreft.

All 4 One heeft naast de grondaankoop ook nog geïnvesteerd in een aardbevingsbestendig fundament met het oog op de regio waarin Nepal ligt als land: op een kruispunt van het Euraziatische en de Indische aardplaat. Een duurdere investering, maar veiligheidstechnisch een must.

De lokale christelijke gemeenschap, ‘Living Church’, heeft met behulp van vereende krachten en ook eigen middelen de verdere opbouw verzorgt en het resultaat is schitterend. Dit zijn de eerste foto’s: